Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
VERDER PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
.De vrouw verzoekt de man in de proceskosten van het geding in beide instanties te veroordelen.
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de vrouw samenwoonde met een ander in de zin van artikel 1:160 BW Pro, waardoor de partneralimentatie van de man aan de vrouw zou eindigen. Het hof concludeerde op basis van een onderzoeksrapport en getuigenverklaring dat de vrouw vanaf 11 augustus 2010 tot 1 september 2012 samenwoonde met de heer X, met wie zij een duurzame affectieve relatie voerde en een gemeenschappelijke huishouding had.
Hierdoor werd de onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw met ingang van 11 augustus 2010 beëindigd. Omdat de man na die datum onverschuldigd partneralimentatie had betaald, werd de vrouw veroordeeld tot terugbetaling van deze bedragen vermeerderd met wettelijke rente. Tevens werd de vrouw veroordeeld tot vergoeding van de kosten van het door de man ingeschakelde onderzoeksbureau ter hoogte van €4.760,-.
Verder verzocht de man vergoeding van studiekosten van de kinderen, maar dit verzoek werd afgewezen omdat hij geen wijziging van de afspraken had aangevraagd nadat de kinderen bij hem gingen wonen. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De overige bestreden beschikking werd bekrachtigd.
Uitkomst: De partneralimentatie eindigt per 11 augustus 2010 en de vrouw moet onverschuldigde betalingen en onderzoekskosten terugbetalen.