ECLI:NL:GHDHA:2015:870
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Warnaar
- Kamminga
- Obbink-Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging gesloten jeugdhulp ondanks verzet ouders en jeugdige
In deze zaak stond de verlening van een machtiging gesloten jeugdhulp centraal voor een jeugdige met ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die haar ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren. De jeugdige had zich herhaaldelijk aan hulpverlening onttrokken en verbleef tijdens het hoger beroep op een onbekende locatie. Zowel de moeder als de vader en de jeugdige zelf verzetten zich tegen de gesloten plaatsing en verzochten om vernietiging van de beschikking of een voorwaardelijke machtiging.
De gecertificeerde instelling stelde dat de gesloten jeugdhulp noodzakelijk was vanwege de langdurige en complexe problematiek, het stagneren van de ontwikkeling en het feit dat intensieve hulpverlening in de thuissituatie niet had geleid tot verbetering. Het hof oordeelde dat de kinderrechter terecht de machtiging had verleend, gelet op de ernst van de problemen, het ontbreken van een alternatief zoals plaatsing bij de vader, en het belang van continuering van het hulptraject.
Verder verklaarde het hof de verzoeken van de ouders tot een voorwaardelijke machtiging niet-ontvankelijk, omdat ouders volgens de Jeugdwet niet tot de kring van verzoekers behoren voor een dergelijke machtiging. Het hof bekrachtigde daarmee de bestreden beschikking en wees het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging gesloten jeugdhulp en verklaart de verzoeken tot voorwaardelijke machtiging van ouders niet-ontvankelijk.