ECLI:NL:GHDHA:2015:874
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- M.C. Van Kempen
- J. Husson
- A. Ibili
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie: aanpassing en afwijzing limiteringsverzoek
In deze zaak staat de partneralimentatie centraal die de man aan de vrouw dient te betalen. De wettelijk vertegenwoordiger van de onder curatele gestelde man heeft hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag, waarin de alimentatie op €660 bruto per maand werd vastgesteld. De verzoekster betoogde onder meer dat de behoefte van de vrouw lager is en dat de draagkracht van de man onvoldoende juist is berekend, mede gezien zijn eigen bijdrage aan de AWBZ.
De vrouw betwistte de stellingen over samenwonen met een nieuwe partner en de huurbetaling door haar zoon, en handhaafde dat de vastgestelde behoefte en draagkracht correct zijn. Het hof oordeelde dat er geen sprake is van samenleven in de zin van artikel 1:160 BW Pro, waardoor de onderhoudsverplichting blijft bestaan. De behoefte van de vrouw werd vastgesteld op €615 per maand, na indexering van de oorspronkelijke behoefte bij echtscheiding.
De draagkracht van de man werd berekend op basis van zijn inkomen uit arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioen, met een eigen bijdrage AWBZ van €300. Door middel van een jus-vergelijking werd de partneralimentatie vastgesteld op €410 bruto per maand, wat een gelijke vrije ruimte voor partijen oplevert. Het verzoek tot beperking van de alimentatie voor de duur van één jaar werd afgewezen wegens onvoldoende zwaarwegende omstandigheden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt vastgesteld op €410 bruto per maand en het verzoek tot limitering wordt afgewezen.