ECLI:NL:GHDHA:2015:983
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Van Kempen
- Husson
- Warnaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie bij fluctuerende inkomsten van alleenstaande moeder
In deze zaak staat de hoogte van de kinderalimentatie centraal die de man aan de vrouw moet betalen voor hun minderjarige kind. De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die hem verplichtte €325 per maand te betalen. Het hof beoordeelt de ontvankelijkheid van het hoger beroep en oordeelt dat de man ontvankelijk is, omdat hij door een fout in de verzending van stukken niet tijdig op de hoogte was van de beschikking.
Het hof maakt een onderscheid tussen de periode van 17 oktober 2013 tot 1 januari 2015 en de periode daarna. Voor de eerste periode wordt een eenmalige betaling van €750 vastgesteld, gebaseerd op de door de vrouw overgelegde factuur en de draagkracht van de man. Voor de periode vanaf 1 januari 2015 wordt de kinderalimentatie vastgesteld op €150 per maand, rekening houdend met de behoefte van het kind, bijzondere kosten vanwege een handicap, en de draagkracht van de man.
Het hof besluit de alleenstaande ouderkop niet in mindering te brengen op de behoefte van het kind vanwege de fluctuerende inkomsten van de moeder, die een nul-uren contract heeft. Hierdoor wordt de behoefte van het kind vastgesteld op €310, waarvan na verrekening van het kindgebonden budget een resterende behoefte van €220 overblijft. De man heeft een draagkracht van €300, minus een bijdrage voor een ander kind, waardoor hij €150 per maand kan bijdragen.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en vervangen door deze nieuwe regeling. De man moet de eenmalige betaling en de maandelijkse alimentatie bij vooruitbetaling voldoen. Het hof wijst het overige verzoek in hoger beroep af.
Uitkomst: De man moet een eenmalige betaling van €750 doen en vanaf 1 januari 2015 €150 per maand aan kinderalimentatie betalen.