Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 16 februari 2016
[naam] ,
STICHTING WOONSTAD ROTTERDAM C.U.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“bij ventilatiesystemen waarin de bestanddelen van de MMMF groep zijn verwerkt en gemakkelijk kunnen vrijkomen bij enige luchtverplaatsing”(p. 1).
had ten doel om een bacteriologisch onderzoek uit te voeren, daar tegenpartij had geklaagd over ongedierte en verzekerde de klacht wilde verhelpen. Het zwarte doek dat als filter wordt toegepast, is vermoedelijk niet geheel op de juiste plaats teruggebracht. Normaal gesproken mag je het glaswol niet zien zitten als je de voorzijde van de suskast met het rooster verwijderd. (….)
heeft op 11 januari 2011 van het aanwezige glaswol een monster genomen. (…) Dezelfde dag waren de resultaten bekend. (…) Op basis van de resultaten kan worden samengevat dat één vezel overeenkomt met de op 27 januari 2010[hof: bedoeld wordt kennelijk de in rechtsoverweging 1.8 genoemde kleefmonsters van 15 februari 2010]
genomen kleefmonsters van de vensterbank in de keuken en van de verwarming onder de suskast (…). Echter de destijds gevonden vezel is naar alle waarschijnlijkheid terug te leiden naar het onderzoek van 27 januari 2010.”
“Op 8 oktober 2009 heb ik de locatie zelf onderzocht en moeten constateren dat het een vervuiling door stofdeeltjes in de lucht betrof wat mevrouw [appellante] ook op haar aanrecht zag liggen dat vanuit de ventilatierooster naar binnen geblazen werd.(…)”
Grief Iluidt dat de kantonrechter ten onrechte in het eindvonnis heeft overwogen dat uit de stukken onvoldoende volgt dat in de periode vóór 27/1/10 glasvezels zijn vrijgekomen. Volgens [appellante] is door uitsluiting van andere oorzaken al komen vast te staan dat de huidirritaties van haar en haar zoon het gevolg waren van de glasvezels in de suskasten. Met
grief IIbetoogt [appellante] dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat in de onderzoeken van Van Oosten niet is aangetoond dat het om glasvezels ging. [appellante] verwijst in dit verband naar haar bewijsaanbod in eerste aanleg en het feit dat een van de eventueel te horen getuigen op de lijst de heer Van Oosten was. Voorts wijst [appellante] erop dat uit het advies van Van Oosten en van de fabrikant blijkt dat het glasvezel had moeten zijn voorzien van een geperste beschermlaag. Door het ontbreken daarvan konden glasvezels vrijkomen.
Grief IIIstrekt ten betoge dat de kantonrechter ten onrechte overwegingen uit het rapport van CL heeft overgenomen. [appellante] merkt daarbij op dat CL geen onafhankelijke deskundige is. [appellante] herhaalt dat de beschermlaag elke 5 à 10 jaar vervangen moet worden en dat niet juist is dat glasvezel alleen vrijkomt als er aan de kast is “gesleuteld”, zoals CL schrijft. Met
grief IVkomt [appellante] op tegen het oordeel van de kantonrechter dat het rapport van A.C.E. Milieuadvies geen duidelijkheid geeft over de vraag of al vóórdat de suskast op 27 januari 2010 werd geopend glasvezeldeeltjes zijn vrijgekomen. Volgens [appellante] gaat de kantonrechter eraan voorbij dat er al in 2009 stofdeeltjes zijn aangetroffen en dat zij die heeft laten onderzoeken. [appellante] is door haar huisarts echter op het verkeerde been gezet waardoor zij de deeltjes alleen op parasieten heeft laten onderzoeken. Pas later is door uitsluiting komen vast te staan dat de stofdeeltjes glasvezels betroffen. [appellante] verwijst naar het verslag van de dermatoloog van 4 december 2009 waaruit blijkt dat in het door [appellante] ingeleverde monster geen parasieten zijn gevonden en dat bij [appellante] duidelijk sprake was van irritatief toxisch handeczeem.
Grief Vbouwt op de voorgaande grieven voort. [appellante] stelt dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat niet is komen vast te staan dat de glasvezels in de woning zijn gekomen door een slechte staat van onderhoud van de suskasten, waarbij [appellante] nogmaals verwijst naar de onderhoudsinstructies van de fabrikant. Ook
grief VIbouwt op de eerdere grieven voort. Met deze grief betoogt [appellante] dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat de gezondheidsklachten het gevolg zijn van glasvezels. Nu eerdere onderzoeken hebben uitgesloten dat het ging om parasieten of ander ongedierte, kan de conclusie volgens [appellante] niet anders zijn dan dat de oorzaak is gelegen in de aanwezigheid van glasvezels. Bovendien blijkt uit de stukken dat haar klachten gebruikelijk zijn bij blootstelling aan glasvezels.
Grief VIIis gericht tegen het oordeel dat [appellante] de huurbetaling niet gerechtvaardigd heeft opgeschort. Volgens [appellante] was opschorting alleen al gerechtvaardigd omdat Woonstad nooit adequaat maatregelen heeft genomen en [appellante] aan haar lot heeft overgelaten in haar zoektocht naar de boosdoener. Met
grief VIIIklaagt [appellante] dat de kantonrechter ten onrechte de conventionele vorderingen heeft toegewezen en
grief IXis gericht tegen de proceskostenveroordeling in conventie.
Grief Xluidt dat de kantonrechter ten onrechte in reconventie dezelfde conclusie heeft getrokken en daardoor de reconventionele vordering tot vergoeding van de schade niet heeft toegewezen.
Grief XIis gericht tegen de beslissing dat de reconventionele vorderingen dienen te worden afgewezen en
grief XIIis gericht tegen het uiteindelijke dictum.
kunnenveroorzaken, maar niet dat zich dit ook in het onderhavige geval heeft voorgedaan. Ook uit de overgelegde medische stukken blijkt dit niet. Zo staat in de brief van de dermatoloog van het Havenziekenhuis in Rotterdam van 8 oktober 2010 als differentiaal diagnose vermeld
“glaswolvezel-verwoningen/corpus alienum, prurigo parasitaria of eventueel dermatidis artefacta", met andere woorden, volgens de specialist waren meerdere oorzaken denkbaar. Daarbij zij nog opgemerkt dat in dezelfde brief staat dat de relatie met glasvezel door [appellante] zelf was geopperd tijdens het consult.