ECLI:NL:GHDHA:2016:1187
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- P.J.J. Vonk
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WOZ-waardebepaling onroerende zaken en vertrouwensbeginsel
Belanghebbenden, twee BV's, stelden dat de WOZ-waarde van hun onroerende zaken te hoog was vastgesteld door de gemeente Westland. Tevens beriepen zij zich op het vertrouwensbeginsel, stellende dat een voormalige wethouder had toegezegd dat de waarde niet hoger dan € 321.000 zou worden vastgesteld.
De rechtbank had de beroepen ongegrond verklaard en de Heffingsambtenaar had het bezwaar afgewezen. In hoger beroep oordeelt het Hof dat de Heffingsambtenaar niet aan zijn bewijslast heeft voldaan om de vastgestelde waarden te onderbouwen, met name door onvoldoende inzicht te geven in de waarderingsmethoden en vergelijkingsobjecten.
Het Hof acht het beroep op het vertrouwensbeginsel ongegrond omdat de vermeende toezegging onvoldoende concreet was en niet aannemelijk gemaakt. Omdat geen van de partijen voldoende bewijs leverde, stelt het Hof de waarden schattenderwijs vast op € 395.000 voor het op- en overslagterrein en € 1.000.000 voor het bedrijfspand.
Het Hof vernietigt de uitspraken van de rechtbank, wijzigt de WOZ-beschikkingen dienovereenkomstig, vermindert de aanslagen, en veroordeelt de Heffingsambtenaar in de proceskosten en griffierechten ten gunste van belanghebbenden.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de rechtbankuitspraken, stelt de WOZ-waarden lager vast en veroordeelt de Heffingsambtenaar in proceskosten en griffierechten.