Uitspraak
uitspraak d.d. 13 april 2016
de erven [X] te [Z] , belanghebbenden,
Beschikking, aanslag, bezwaar en geding in eerste aanleg
Loop van het geding in hoger beroep
KWIJTING
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbenden zijn in hoger beroep gegaan tegen de vastgestelde WOZ-waarde van hun woning door de heffingsambtenaar, die was vastgesteld op €195.000. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar het hof vernietigt deze uitspraak.
De heffingsambtenaar had de waarde gebaseerd op vergelijkingsobjecten en correctiefactoren (VLOK's) voor ligging, onderhoud en kwaliteit, maar heeft de onderliggende staffel en marktgegevens niet overgelegd, waardoor de waardebepaling onvoldoende toetsbaar was. Belanghebbenden overlegden een waardeverklaring en taxatierapport, maar deze waren niet op de waardepeildatum gebaseerd en hielden onvoldoende rekening met verschillen tussen objecten.
Het hof concludeert dat geen van beide partijen aan de bewijslast heeft voldaan en stelt daarom de waarde van de woning schattenderwijs vast op €175.000, gebaseerd op een vergelijkingsobject met een betere ligging. Tevens veroordeelt het hof de heffingsambtenaar in de proceskosten en draagt deze op de betaalde griffierechten te vergoeden.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €175.000 en de aanslagen worden dienovereenkomstig verminderd.