ECLI:NL:GHDHA:2016:1246
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- P.B. Kamminga
- E.A. Mink
- N.P.C. van Wijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schriftelijke aanwijzing omgang vader en minderjarige
De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die een schriftelijke aanwijzing bevestigde, waarbij het contact tussen hem en zijn minderjarige kind werd beperkt tot twee maandelijkse telefoon- of e-mailcontacten. De minderjarige woont bij de pleegmoeder en is onder toezicht gesteld sinds 2013. De gecertificeerde instelling had de begeleide zorgregeling tijdelijk beëindigd vanwege de grote weerstand van het kind tegen contact met de vader.
De vader betoogde dat het stopzetten van het contact niet in het belang van het kind was en dat er geen objectief onderzoek was gedaan naar het gedrag van de minderjarige. De gecertificeerde instelling en de moeder stelden dat het contact ondanks pogingen niet goed verliep en dat het kind rustiger en beter functioneert zonder contact met de vader. De pleegmoeder bevestigde dat het kind therapie volgt vanwege de contactmomenten.
Het hof overwoog dat het belang van het kind voorop staat en dat het contact tijdelijk mag worden opgeschort. Er zijn al meerdere deskundigen betrokken geweest en een extern onderzoek ex artikel 810a Rv is niet van toepassing op deze zaak. Het hof bekrachtigde de beschikking en wees het verzoek van de vader tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing en wijst het verzoek tot vervallenverklaring af.