Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 17 mei 2016
STICHTING WOONBRON,
[geïntimeerde],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
De huurprijs bedraagt laatstelijk € 502,58 per maand.
1) Woonbron te veroordelen tot het verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan het gehuurde op straffe van verbeurte van een dwangsom, 2) Woonbron te veroordelen om aan [geïntimeerde] passende vervangende woonruimte te bieden op straffe van verbeurte van een dwangsom, 3) de huurprijs te verminderen tot nihil met ingang van 6 maart 2015 tot het moment waarop alle gebreken aan het gehuurde zijn verholpen, 4) Woonbron te veroordelen tot terugbetaling van de door [geïntimeerde] teveel betaalde huurpenningen te vermeerderen met wettelijke rente, met veroordeling van Woonbron in de proceskosten en de nakosten.
grief 1betoogt Woonbron dat de kantonrechter haar stellingen onvolledig heeft samengevat met de overweging dat aan de conventionele vordering uitsluitend de stelling ten grondslag ligt dat [geïntimeerde] opzettelijk brand in het gehuurde heeft gesticht. Met de
grieven 2, 3 en 4betoogt Woonbron dat de kantonrechter ten onrechte heeft nagelaten om zelfstandig te beoordelen of Woonbron, naar de regels van het civiele bewijsrecht, in het bewijs van haar stelling dat [geïntimeerde] brand heeft (laten) stichten in het gehuurde is geslaagd. Met grief 5 betoogt Woonbron dat de kantonrechter de vorderingen in conventie ten onrechte heeft afgewezen en de proceskosten ten onrechte heeft gecompenseerd.
- [geïntimeerde] ten tijde van de brand alleen thuis was;
- ten tijde van de brand zowel de voordeur als de achterdeur was afgesloten;
- de ramen niet zodanig waren beschadigd dat daardoor iets naar binnen kan zijn gegooid;
- vier brandhaarden zijn aangetroffen;
- vluchtige stoffen zijn aangetroffen;
- [geïntimeerde] voor dit alles geen plausibele verklaring heeft.
- er aan zijn kleding of lichaam geen sporen van vluchtige stoffen zijn aangetroffen;
- hij niet bij de brandstichting aanwezig is geweest en daarom niet kan verklaren hoe de brand is ontstaan;
- zijn aanwezigheid tijdens de brand niet betekent dat hij de brand heeft gesticht, omdat niet uitgesloten kan worden dat de brandstichter onrechtmatig zijn woning is binnengekomen en de woning na de brandstichting heeft verlaten;
- hij kort voor de brandstichting zijn huissleutels is verloren;
- hij in het kader van een conflict met de dood is bedreigd en tweemaal aangifte heeft gedaan tegen die bedreiger;
- een getuige kort voordat hij vlammen in het gehuurde zag een knal heeft gehoord en iemand van het gehuurde heeft zien wegrennen;
- de voordeur, anders dan in de processen-verbaal is vermeld, slechts met het dagslot was afgesloten en niet met het nachtslot en de bijzetsloten;
- niet is onderzocht of er via de brievenbus iets naar binnen is geworpen.
- de huurprijs van het gehuurde tot 2 oktober 2015 te verminderen tot 0% van de huurprijs, althans een in goede justitie vast te stellen huurprijsverlaging, met ingang van 6 maart 2015, dan wel met ingang van 13 april 2015, althans vanaf het moment van het indienen van de eis in reconventie, tot aan de dag der algehele voldoening, althans een in goede justitie te bepalen ingangsdatum;
- Woonbron te veroordelen tot terugbetaling, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van de door [geïntimeerde] teveel betaalde huurpenningen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der opeisbaarheid tot aan de dag der algehele voldoening, te weten het moment van indienen van de eis in reconventie, tot aan de dag der algehele voldoening;
- Woonbron te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en met de nakosten.
grief 1betoogt [geïntimeerde] dat de kantonrechter ten onrechte de gevorderde huurprijsverlaging en de gevorderde terugbetaling van teveel betaalde huurpenningen heeft afgewezen. Nu niet is komen vast te staan dat [geïntimeerde] brand heeft gesticht in het gehuurde, hadden die vorderingen volgens [geïntimeerde] toegewezen moeten worden. Met
grief 2betoogt [geïntimeerde] dat de proceskosten ten onrechte zijn gecompenseerd en dat Woonbron in de proceskosten in conventie en reconventie moet worden veroordeeld.
2 oktober 2015 zal worden verminderd tot 0% van de huurprijs. Verder zal Woonbron worden veroordeeld tot terugbetaling van de door [geïntimeerde] aan Woonbron voor die periode voor het gehuurde betaalde huurpenningen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van indienen van de eis in reconventie (24 juni 2015), tot aan de dag der algehele voldoening.
Beslissing
opnieuw rechtdoende: