ECLI:NL:GHDHA:2016:131
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- E.A. Mink
- L.F.A. Husson
- C.M. Warnaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep internationale kinderontvoering en worteling minderjarige in Nederland
In deze zaak staat de teruggeleiding van een minderjarige centraal die door de moeder zonder toestemming van de vader naar Nederland is overgebracht. De moeder betoogt dat de vader toestemming heeft gegeven of in de verhuizing heeft berust, en dat de minderjarige inmiddels in Nederland is geworteld. De vader betwist dit en stelt dat sprake is van ongeoorloofde overbrenging.
Het hof oordeelt dat de overbrenging ongeoorloofd is, maar dat meer dan één jaar is verstreken sinds de overbrenging, waardoor toetsing aan de wortelingsgrond uit het Haags Kinderontvoeringsverdrag aan de orde is. Het hof concludeert dat de minderjarige, gezien zijn leeftijd, sociale en familiale banden, en de stabiliteit in Nederland, geworteld is in Nederland.
Daarom wordt het verzoek tot teruggeleiding afgewezen en de bestreden beschikking vernietigd. Het hof benadrukt het belang van een goede omgangsregeling en beveelt mediation aan tussen ouders. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige naar [land A] af wegens worteling in Nederland en vernietigt de bestreden beschikking.