Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 31 mei 2016
[naam],
BOUWINVEST DUTCH INSTITUTIONAL RESIDENTIAL FUND N.V.,
Het geding
Beoordeling van de vordering
(1.1) [appellante] huurt samen met haar gewezen partner (hierna: de man) de woning aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning) tegen een huurprijs van laatstelijk € 1.453,-- per maand. De man heeft de woning in augustus 2013 verlaten. [appellante] is met haar beide kinderen in de woning blijven wonen.
(1.2) Bij het thans bestreden vonnis van 13 februari 2015 heeft de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam (hierna: de kantonrechter) op vordering van Bouwinvest als verhuurster de huurovereenkomst wegens huurachterstand ontbonden en de ontruiming van de woning gelast, en wel op een termijn van 28 dagen na betekening van het vonnis. De woning is op 24 maart 2015 ontruimd.
Beoordeling van grief 1
Daarnaast blijkt uit de (bij inleidende dagvaarding overgelegde productie 1) ‘laatste aanmaning d.d. 20-12-2013’ dat deze aanmaning afkomstig is van Bouwinvest (Bouwinvest Dutch Institutional Residential Fund B.V.). Ook hierom is er geen aanwijzing dat Bouwinvest geen vorderingsrecht zou hebben.
Beoordeling van de grieven 2, 3 en 4
Beoordeling van grief 5
Slotsom
BeslissingHet hof:
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, zitting houdende te Rotterdam, van 13 februari 2015;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Bouwinvest tot op heden begroot op € 711,-- aan verschotten en € 1.341,-- aan salaris advocaat.