Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
arrest van 31 mei 2016
Boy Ontwikkelingsmaatschappij B.V.
Compagnie Generale de location d’équipements SA,
Verloop van het geding in hoger beroep
Feiten
financial leaseovereenkomst gesloten (productie 1 bij de inleidende dagvaarding). [X] heeft zich daarin jegens CGL verbonden tot betaling van 180 maandtermijnen voor de lease van het nieuwe kunststof motorjacht van het merk Van Dutch, type 40 FT, gekleurd grijs, koopprijs € 552.773,10 (hierna: het motorjacht). In de algemene voorwaarden die op de
financial leaseovereenkomst van toepassing zijn, is bepaald dat het motorjacht in eigendom toebehoort aan CGL totdat de koopprijs volledig is betaald. Als verkoper staat in de leaseovereenkomst vermeld: Van Dutch Marine France te Golfe Juan, Frankrijk.
financial leaseovereenkomst.
Beoordeling in hoger beroep
builder’s certificate(productie 5 bij memorie van grieven) is in dit verband onvoldoende, nu dit niets zegt over de eigendom van het afgebouwde motorjacht, hetgeen ook wel blijkt uit het feit dat in dat stuk Meta Plus als opdrachtgeefster staat vermeld, wat niet strookt met de aanname van Boy dat [X] in privé eigenaar was. Ook het feit dat het jacht op naam van [X] was verzekerd, zegt onvoldoende over de eigendom. De inschrijving op naam van [X] bij de RDW betekent in de gegeven omstandigheden evenmin dat Boy te goeder trouw mocht uitgaan van diens beschikkingsbevoegdheid, te minder nu bestuurder [Y] van Boy het motorjacht op 28 september 2012 bij de RDW op zijn naam heeft overgezet zonder daarvan eigenaar te zijn, waardoor bekend moet zijn geweest dat het registratiebewijs bij de RDW geen eigendomsbewijs is. Dat laatste is overigens ook niet wat Boy beweert. Dat het Kadaster geen brandmerk op het motorschip heeft aangetroffen bij het onderzoek naar aanleiding van de aanvraag tot teboekstelling kan reeds daarom geen gewicht in de schaal leggen omdat Boy de aanvraag tot teboekstelling pas heeft gedaan na de koop en levering van het motorjacht en de goede trouw moet worden beoordeeld naar het moment van de verkrijging. Bovendien had Boy er rekening mee moeten houden dat het jacht in het geheel niet teboekgesteld was; er was immers in elk geval ook geen teboekstelling op naam van [X].