ECLI:NL:GHDHA:2016:1493
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kostenvergoeding bezwaar en beroep WOZ-waarde woning
Belanghebbenden maakten bezwaar tegen de WOZ-waarde van hun woning, die aanvankelijk was vastgesteld op €649.000. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar onontvankelijk, maar stelde later vast dat dit onterecht was en verlaagde de waarde naar €209.000. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten.
In hoger beroep stond centraal of de rechtbank het juiste bedrag aan kostenvergoeding had vastgesteld. Belanghebbenden vorderden een hogere vergoeding gebaseerd op werkelijke kosten, terwijl de heffingsambtenaar volhield dat de forfaitaire regeling passend was. Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht de kostenvergoeding op basis van het forfait had vastgesteld, omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de werkelijke kosten hoger waren en dat de heffingsambtenaar niet bewust onjuiste beslissingen had genomen.
Het hof bevestigde de vernietiging van de uitspraak op bezwaar en de vaststelling van de WOZ-waarde op €209.000. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, zonder verdere proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een forfaitaire kostenvergoeding aan belanghebbenden.