ECLI:NL:GHDHA:2016:1571
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- E.A. Mink
- C. van Nievelt
- I. Obbink-Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot omgangsregeling in kort geding wegens complexe situatie minderjarige kinderen
De zaak betreft een geschil over de omgangsregeling tussen de man en zijn minderjarige kinderen, waarbij de vrouw het ouderlijk gezag uitoefent. Na eerdere omgangsregelingen en een ontzegging van het omgangsrecht wegens trauma’s en geweld is de man in kort geding een voorlopige omgangsregeling toegekend. De vrouw ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het hof oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang, maar dat de complexe situatie van de minderjarigen en hun trauma’s een zorgvuldige beoordeling vereisen die beter in een bodemprocedure kan plaatsvinden. De voorlopige omgangsregeling in kort geding wordt daarom vernietigd en de vorderingen van de man afgewezen.
De trauma’s van de kinderen, het advies van de Raad voor de Kinderbescherming en de noodzaak van een zorgvuldige afweging maken dat omgang op dit moment niet passend is. Het hof wijst ook de proceskostenveroordeling af en benadrukt dat de bodemprocedure de juiste weg is voor een definitieve beslissing.
Uitkomst: De vorderingen van de man tot omgang met de minderjarige kinderen worden afgewezen en het bestreden vonnis vernietigd.