Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.DE GEMEENTE ROTTERDAM,
2.KWS INFRA B.V.,
3.KROEZE INFRA B.V.,
Kerncompetentie 3: Ervaring hebben met het in besloten ruimte renoveren van collecteur-/stam rioolleidingen met een minimale diameter 1000 mm voor een totaalbedrag van minimaal € 250.000,-;
klaarblijkelijke miskenningvan fundamentele beginselen van aanbestedingsrecht.
collecteur-/stam rioolleidingen. Een eenduidige definitie van dit begrip ontbreekt. Partijen hebben ieder aan de Standaard RAW Bepalingen definities ontleend die hun respectieve standpunten ondersteunen. Zo steunt de grief van Van Boekel in belangrijke mate op haar stelling dat volgens de definitie in artikel 25.01.01 lid 01, aanhef en onder a van de Standaard RAW onder “leiding” niet alleen “buis” wordt verstaan, maar “een samenstel van buizen, hulpstukken, appendages en putten”. Zij betoogt in het verlengde hiervan dat haar werkzaamheden aan een ontvangput, ontvangkelder, aansluitende leiding en vijzelgoten, daarom werkzaamheden zijn aan een rioolleiding. Dat betoog is weersproken door de Gemeente en KWS die er ieder op hebben gewezen dat in hoofdstuk 25 van de Standaard RAW het woord “riool” wordt gedefinieerd als een “samenstel van buizen tussen twee putten”, waaruit zou moeten worden afgeleid dat putten zelf niet behoren tot het riool. Tijdens het pleidooi heeft Van Boekel daar weer een definitie uit artikel 25.11.01 lid 01 van de Standaard RAW tegenover gesteld waaruit zou blijken dat putten wel tot een riool horen. Hoewel de Standaard RAW op de aanbesteding van toepassing is verklaard, kan daaruit dus in ieder geval niet eenduidig worden afgeleid welke betekenis aan het begrip collecteur-/stam rioolleiding moet worden toegekend.
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 15 februari 2016;
- wijst het in hoger beroep meer of anders gevorderde af;
- veroordeelt Van Boekel in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Kroeze begroot op nihil, aan de zijde van de Gemeente tot op heden in het incident begroot op € 894,- en in de hoofdzaak op € 718,- aan verschotten en € 2.682,- aan salaris advocaat en aan de zijde van KWS tot op heden in het incident begroot op € 894,- en in de hoofdzaak op € 718,- aan verschotten en € 2.682,- aan salaris advocaat, en bepaalt dat deze aan KWS toekomende kosten worden vermeerderd met de nakosten van € 131,-, dan wel, indien betekening van dit arrest nodig is, € 199,- en met de wettelijke rente over de kosten vanaf de vijftiende dag na dit arrest;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.