Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- de advocaat van de man en
- de advocaat van de vrouw;
Gerechtshof Den Haag
De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag waarin een alimentatiebijdrage was vastgesteld ten behoeve van de minderjarige. Het hof behandelde uitsluitend de ontvankelijkheid van het hoger beroep.
Het beroepschrift van de man bevatte geen gronden en geen petitum, wat wettelijk vereist is om het hoger beroep ontvankelijk te verklaren. Ondanks een mogelijkheid om alsnog gronden aan te voeren binnen de appeltermijn, heeft de man dit nagelaten. Het hof oordeelde dat de man voldoende tijd en gelegenheid had om gronden te formuleren, aangezien de bestreden beschikking reeds bekend was.
Daarom voldoet het beroepschrift niet aan de eisen van artikel 359 in Pro verbinding met artikel 278 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het hof verklaarde het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk en handhaafde daarmee de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van de man wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en petitum in het beroepschrift.