Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 5 juli 2016
[appellante],
WOONSTICHTING STEK,
Het verdere verloop van het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- ontbinding van de huurovereenkomst;
- ontruiming van de woning;
- betaling van
- de huurovereenkomst ontbonden;
- [appellante] veroordeeld tot ontruiming van de woning;
- [appellante] veroordeeld tot betaling van € 1.076,86, dat is de huurachterstand voor de maand augustus 2015 van € 753,26 en een bedrag aan incassokosten van € 323,60, en tot betaling van een bedrag van € 736,18 als gebruiksvergoeding voor de woning voor elke maand vanaf september 2015 tot de ontruiming;
- [appellante] veroordeeld in de proceskosten en de nakosten.
grief 1betoogt [appellante] dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat de hoogte van de huurachterstand de ontbinding en ontruiming rechtvaardigt. Volgens
grief 2heeft de kantonrechter ten onrechte de op 11 augustus 2015 door [appellante] verrichte betaling van € 17,08 niet in aanmerking genomen. Met
grief 3betoogt [appellante] dat de kantonrechter de ontbinding en ontruiming ten onrechte heeft gebaseerd op het onregelmatige betalingsgedrag van [appellante]. Volgens
grief 4heeft de kantonrechter ten onrechte het bewijsaanbod gepasseerd. Met
grief 5betoogt [appellante] dat de kantonrechter ten onrechte de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten ongemotiveerd heeft toegewezen.
Grief 6is gericht tegen de door de kantonrechter uitgesproken proceskostenveroordeling.