Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Zaaknummer hoofdzaak : 200.169.883/01
Vomar Voordeelmarkt B.V.,
Het geding
De beoordeling van de ontvankelijkheid
Ingevolge artikel 37 Wetboek Pro van Rechtsvordering moet het verzoek tot wraking worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden die aan het wrakingsverzoek ten grondslag liggen aan de verzoeker bekend zijn geworden. Het verzoek tot wraking is echter pas ingediend op 3 mei 2016, derhalve ruim een maand na het pleidooi, terwijl de feiten onmiddellijk bij het pleidooi aan verzoeker bekend werden, zoals ook door de heer Overbeek, die bij het pleidooi aanwezig was, is bevestigd.