Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Goudse Schadeverzekeringen N.V.,
2.[geïntimeerde],
vrijdag 14 oktober 2016 te 9.30 uur;
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak gaat het om een geschil over de aansprakelijkheid en schadevergoeding na een aanrijding tussen een Mercedes bestuurd door appellant en een Seat van de geïntimeerde, verzekerd bij De Goudse. De kantonrechter wees de vordering van appellant af omdat hij niet slaagde in het bewijs van de toedracht, mede doordat de geïntimeerde als getuige niet was verschenen.
Appellant kwam in hoger beroep en voerde aan dat de rechtbank onvoldoende inspanningen had verricht om de geïntimeerde als getuige te horen en dat het verzoek om medebrenging was afgewezen zonder motivering. Het hof oordeelt dat appellant in appel alsnog aanvullend getuigenbewijs mag leveren door de geïntimeerde te laten horen.
Het hof bepaalt dat appellant de geïntimeerde moet oproepen volgens de wettelijke regels en dat bij niet verschijnen de raadsheer-commissaris kan beslissen over verdere verzoeken, waaronder een bevel tot medebrenging. De verdere beslissing wordt aangehouden. Hiermee wordt appellant de mogelijkheid geboden om het bewijs alsnog te leveren dat de aanrijding is veroorzaakt doordat de Seat op de rijbaan van appellant terechtkwam door gladheid.
De zaak betreft een geschil over de toedracht van de aanrijding en de aansprakelijkheid voor de schade aan de Mercedes, waarbij De Goudse als verzekeraar de schadevergoeding heeft geweigerd op grond van een vermoeden van opzettelijke aanrijding. Het hof laat de bewijslevering toe om het geschil verder te kunnen beoordelen.
Uitkomst: Appellant wordt toegelaten tot het leveren van aanvullend getuigenbewijs door het horen van de geïntimeerde over de toedracht van de aanrijding.