ECLI:NL:GHDHA:2016:2061
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.A. Mink
- A.N. Labohm
- L.F.A. Husson
- Rechtspraak.nl
Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor jeugdige wegens ernstig gevaar
De Raad voor de Kinderbescherming is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die het verzoek om een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp aan een jeugdige had afgewezen. De jeugdige, geboren in 1998, woont niet meer bij haar vader die feitelijk het gezag uitoefent. Na meerdere plaatsingen in logeerhuizen en verwijdering wegens niet corrigeerbaar gedrag, vertrok de jeugdige in de nacht van 23 op 24 mei 2016 bij een logeerhuis met onbekende bestemming.
De raad stelde dat er grote zorgen zijn over de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige, die momenteel geen woonplek of dagbesteding heeft en zich onttrekt aan behandeling. De vader en de meerderjarige zus konden het thuis niet meer aan vanwege het gedrag van de jeugdige. De raad betoogde dat de zitting van 7 juni 2016 niet kon worden afgewacht vanwege het onmiddellijke gevaar voor de jeugdige.
Het hof overwoog dat op grond van de Jeugdwet en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een spoedmachtiging alleen kan worden verleend indien onmiddellijke verlening noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling ernstig belemmeren, en als er gevaar is dat de jeugdige zich aan jeugdhulp onttrekt. Gezien de omstandigheden en het feit dat de jeugdige zwervend is en onbereikbaar, acht het hof onmiddellijke plaatsing in een gesloten accommodatie noodzakelijk.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking en verleende de spoedmachtiging met ingang van 2 juni 2016 tot en met 7 juni 2016. De zaak wordt op 7 juni verder behandeld waarbij alle belanghebbenden worden gehoord.
Uitkomst: Het hof verleent de spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp aan de jeugdige met ingang van 2 juni 2016 tot en met 7 juni 2016.