Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
hij in of omstreeks de periode van 31 augustus 2009 tot en met 30 november 2009 te Rotterdam, in een woonpand, gelegen op of aan de [straat], meermalen opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 359, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11, lid 5 van de Opiumwet, gelet op artikel 1 van Pro het Opiumbesluit, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 01 december 2009 te Rotterdam, in een woonpand, gelegen op of aan de [straat] opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 359, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11, lid 5 van de Opiumwet, gelet op artikel 1 van Pro het Opiumwetbesluit, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij in of omstreeks de periode van 31 augustus 2009 tot en met 01 december 2009 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid electriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stedin B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten door de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast te verbreken en te verwijderen.
hij in
of omstreeksde periode van 31 augustus 2009 tot en met 30 november 2009 te Rotterdam, in een woonpand, gelegen
op ofaan de [straat],
meermalenopzettelijk heeft geteeld
en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,een hoeveelheid van
(in totaal)ongeveer 359
, althans een groot aantalhennepplanten
en/of delen daarvan, zijnde een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11, lid 5 van de Opiumwet, gelet op artikel 1 van Pro het Opiumbesluit, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op
of omstreeks01 december 2009 te Rotterdam, in een woonpand, gelegen
op ofaan de [straat] opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van
(in totaal)ongeveer 359
, althans een groot aantalhennepplanten
en/of delen daarvan, zijnde een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11, lid 5 van de Opiumwet, gelet op artikel 1 van Pro het Opiumwetbesluit, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij in
of omstreeksde periode van 31 augustus 2009 tot en met 01 december 2009 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit,
in elk geval enig goed, geheel of ten deletoebehorende aan Stedin B.V.,
in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,waarbij verdachte
zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de /het weg te nemen goed
(eren)onder zijn bereik heeft gebracht door middel van
braak en/ofverbreking, te weten door de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast te verbreken en te verwijderen.
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij Stedin Netbeheer B.V.
€ 3.238,40 (drieduizend tweehonderdachtendertig euro en veertig cent) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 798,07 (zevenhonderdachtennegentig euro en zeven cent) aan materiële schadeaf.