Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
22 oktober 2015 van de rechtbank Rotterdam.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak staat de alimentatie voor de jongmeerderjarige centraal. De jongmeerderjarige verzoekt het hof de bijdrage van de moeder in de kosten van levensonderhoud en studie vast te stellen op €360 per maand vanaf 1 januari 2015. De moeder verzet zich hiertegen en stelt dat de ingangsdatum op 30 maart 2015 moet worden vastgesteld en dat de draagkracht van de vader en stiefmoeder niet bekend is.
Het hof overweegt dat de behoefte van de jongmeerderjarige redelijkerwijs kan worden vastgesteld aan de hand van een gespecificeerde behoeftelijst van €627,87 per maand. Gezien het ontbreken van financiële gegevens van de vader en stiefmoeder en de onderhoudsplicht van deze laatste, acht het hof het redelijk dat de moeder met haar draagkracht volledig bijdraagt in de behoefte van de jongmeerderjarige.
Op basis van het bruto jaarinkomen van de moeder in 2014 wordt haar netto besteedbaar inkomen berekend en de draagkracht vastgesteld op ongeveer €302 per maand. Rekening houdend met de bijdrage aan een ander studerend kind, wordt de bijdrage aan de jongmeerderjarige vastgesteld op €150 per maand.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking van de rechtbank en stelt de alimentatie vast op €150 per maand met ingang van 30 maart 2015. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De moeder moet vanaf 30 maart 2015 een bijdrage van €150 per maand betalen voor de kosten van levensonderhoud en studie van de jongmeerderjarige.