Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
7 september 2015 van de kinderrechter in de rechtbank Den Haag.
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak staat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarigen centraal. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die de uithuisplaatsing verlengde tot 22 april 2016. Zij betwist onder meer de formele juistheid van het verzoek en stelt dat onvoldoende is onderzocht waarom zij de zorg niet kan dragen. Tevens weigert zij inzage te geven in een NIFP-rapport dat essentieel is voor de beoordeling van terugplaatsing.
De gecertificeerde instelling erkent dat het verzoekschrift niet tijdig was ingediend en dat bescheiden ontbraken, maar stelt dat dit geen reden is voor afwijzing. Zij benadrukt dat de minderjarigen al langere tijd uit huis zijn geplaatst vanwege zorgen over het opvoedklimaat bij de moeder. Het NIFP-onderzoek is cruciaal, maar door het blokkaderecht van de moeder kan de inhoud niet worden gedeeld, waardoor terugplaatsing niet verantwoord kan worden beoordeeld.
Ter zitting gaven pleegouders aan dat de minderjarigen zich ontwikkelen binnen hun pleeggezinnen, met aandacht voor hun behoeften. Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en bekrachtigt de verlenging van de uithuisplaatsing. Het weigeren van inzage in het NIFP-rapport en het ontbreken van een recent plan van aanpak maken terugplaatsing niet mogelijk. De moeder wordt geadviseerd alsnog inzage te geven om verdere maatregelen te voorkomen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen en wijst het beroep van de moeder af.