Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- op 30 maart 2016 een V-formulier van 29 maart 2016 met bijlagen.
- op 11 april 2016 een V-formulier van 7 april 2016 met bijlagen.
Gerechtshof Den Haag
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking waarin haar verzoek tot partneralimentatie werd afgewezen. Het geschil betreft de hoogte en duur van de alimentatie die de man aan de vrouw moet betalen na hun echtscheiding.
Het hof overweegt dat er geen sprake is van wangedrag van de vrouw dat de alimentatieplicht zou beëindigen. De vrouw heeft een netto behoefte van circa 2.000 euro per maand, terwijl haar netto inkomen ongeveer 1.423 euro bedraagt, waardoor een aanvullende behoefte van 577 euro resteert. De man beschikt over voldoende draagkracht om een bijdrage van 675 euro per maand te betalen.
Gezien de omstandigheden, waaronder de leeftijd van de vrouw, haar opleiding en werkervaring, en het korte huwelijk, acht het hof het redelijk dat de vrouw binnen drie jaar geheel in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. De alimentatieverplichting wordt daarom beperkt tot een duur van drie jaar vanaf de uitspraak.
De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De bestreden beschikking wordt vernietigd en opnieuw bepaald dat de man vanaf de inschrijving van de echtscheiding een maandelijkse partneralimentatie van 675 euro betaalt, eindigend na drie jaar.
Uitkomst: De man moet de vrouw gedurende drie jaar een partneralimentatie van 675 euro per maand betalen.