Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
BESCHIKKING
[naam verzoeker],
€ 665,- (1 x 105,- +
Gerechtshof Den Haag
Verzoeker verbleef van 28 april tot 5 mei 2011 in voorlopige hechtenis. Op 25 maart 2014 ontving hij een sepotbeslissing van de officier van justitie. Verzoeker diende op 27 juni 2014 een verzoek in tot schadevergoeding volgens artikel 89 Wetboek Pro van Strafvordering. De rechtbank verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn van drie maanden na beëindiging van de strafzaak.
In hoger beroep oordeelt het hof dat de termijn van drie maanden pas begint te lopen vanaf het moment dat verzoeker kennis neemt van de sepotbeslissing. De enkele verzending via gewone post naar het juiste adres is onvoldoende om aan te nemen dat verzoeker eerder op de hoogte was. Hierdoor is het verzoek tijdig ingediend en ontvankelijk.
Het hof acht de billijkheidscorrectie van artikel 90 Sv Pro van toepassing en kent verzoeker een schadevergoeding toe van € 665,- voor de periode van voorlopige hechtenis. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het verzoek toegewezen.
Uitkomst: Het hof kent verzoeker een schadevergoeding van € 665,- toe en vernietigt de eerdere niet-ontvankelijkheidsverklaring.