Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
BESCHIKKING
[verzoeker],
€ 280,-.
Gerechtshof Den Haag
De verzoeker heeft bij het gerechtshof Den Haag een verzoek ingediend tot vergoeding van de kosten van zijn advocaat voor het opstellen van een verzoekschrift ex artikel 591 van Pro het Wetboek van Strafvordering, met een bedrag van maximaal €550.
Het hof heeft bij arrest van 21 maart 2014 het vonnis van de rechtbank Rotterdam vernietigd, waarbij de verzoeker deels werd vrijgesproken en deels veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar en 6 maanden. Dit arrest is onherroepelijk geworden.
Bij het huidige verzoek tot vergoeding heeft het hof de zaak in de openbare raadkamer behandeld op 13 juli 2016, waarbij zowel de advocaat van de verzoeker als de advocaat-generaal zijn gehoord. De advocaat-generaal adviseerde tot toewijzing van het verzoek.
Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig om de kosten van rechtsbijstand tot het gebruikelijke tarief te vergoeden. Omdat het verzoekschrift identiek is aan dat van een medeverzoeker en de toelichting gezamenlijk is gegeven, wordt de vergoeding ponds-pondsgewijs toegewezen.
Het hof kent een vergoeding toe van €280 en beveelt de tenuitvoerlegging van deze beschikking, waarbij betaling ten laste van de Staat der Nederlanden zal plaatsvinden.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding advocaatkosten wordt toegewezen tot een bedrag van €280 met ponds-pondsgewijze verdeling.