ECLI:NL:GHDHA:2016:2977
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis over verdeling gemeenschappelijke woning en betaling overwaarde
Partijen hadden een affectieve relatie en een procedure over de verdeling van hun gemeenschappelijke woning. Zij kwamen overeen dat de woning aan de vrouw zou worden toegedeeld, met een waarde van €276.500,- en een overwaarde van €69.121,-, waarvan de vrouw de helft aan de man moest betalen vóór 31 december 2010. De vrouw kwam deze afspraak niet na en wilde het aandeel van de man niet overnemen.
De vrouw stelde dat de overeenkomst door uitzonderlijke omstandigheden, zoals de financiële crisis en waardedaling van de woning, moest worden aangepast of aangevuld. Het hof oordeelde dat de waardedaling niet relevant was en dat de vrouw haar standpunt onvoldoende onderbouwde. De termijn van overdracht en betaling werd als redelijk beoordeeld, mede omdat de vrouw geen poging had gedaan de financiering rond te krijgen.
Verder werd geoordeeld dat de vrouw niet gehouden was gemeentelijke heffingen te delen die na de overeenkomst waren betaald. Het hof wees het verzoek van de vrouw tot comparitie in hoger beroep af en compenseerde de proceskosten. Het bestreden vonnis werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vrouw de helft van de overwaarde van de woning aan de man moet betalen, vermeerderd met wettelijke rente.