ECLI:NL:GHDHA:2016:30
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vergoeding kosten juridische bijstand bij naheffingsaanslag loonheffing
Belanghebbende, een B.V., maakte bezwaar tegen de naheffingsaanslag loonheffing over december 2013 en vorderde vergoeding van gemaakte kosten voor juridische bijstand tijdens het boekenonderzoek en bezwaar, begroot op €7.448,25.
De Inspecteur handhaafde de naheffingsaanslag en kende een beperkte vergoeding toe, waarna de rechtbank het beroep van belanghebbende ongegrond verklaarde. Belanghebbende stelde dat de Inspecteur onzorgvuldig handelde door uit te gaan van een te hoge cataloguswaarde van een ter beschikking gestelde auto, wat leidde tot extra kosten.
Het hof oordeelde dat de kosten geen verband hielden met de naheffingsaanslag over december 2013, die was opgelegd wegens te late betaling van loonheffing en niet betrekking had op het privégebruik van de auto. De naheffingsaanslag en boete waren terecht opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de integrale vergoeding van kosten juridische bijstand wordt afgewezen.