ECLI:NL:GHDHA:2016:3192
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens termijnoverschrijding
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van verdachte tegen een vonnis van de kantonrechter. Verdachte was op 25 september 2015 persoonlijk in kennis gesteld van het vonnis en had vervolgens 14 dagen de tijd om hoger beroep in te stellen. Hoewel verdachte een brief via het Openbaar Ministerie (CVOM) stuurde om hoger beroep aan te tekenen, werd dit te laat ontvangen door de griffie van de rechtbank Den Haag.
De advocaat-generaal voerde aan dat de brief van verdachte binnen de termijn was ingediend en dat de verdachte ontvankelijk moest worden verklaard. Het hof oordeelde echter dat het hoger beroep niet tijdig was ingesteld en dat de brief van de CVOM pas na de termijn bij de griffie aankwam. Er waren geen bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
Het hof stelde vast dat verdachte het risico draagt van het gekozen communicatiemiddel en verklaarde hem daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De uitspraak werd mondeling gedaan en het proces-verbaal werd vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en griffier.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet tijdig instellen van het rechtsmiddel.