Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[naam],
- datum opname afbeeldingen vanaf omstreeks 8 juli 2012 tot en met omstreeks 8 januari 2013, van meisje C16 geboren [geboortemaand C16];
te weten één of meer computer(s), toebehorende aan en/of in gebruik bij aangever zaak G1,
12 januari 2012tot en met 14 december 2012 te Rotterdam, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in geautomatiseerd
ewerk
(en
)voor opslag of verwerking van gegevens,
(en
)waren opgeslagen waarin hij, verdachte, zich wederrechtelijk bevond, voor zichzelf heeft overgenomen
eengeautomatiseerd werk, te weten door een (kwaadaardig) software-programma te (doen) installeren,
(s
)(die toebehoren aan anderen dan verdachte),
24 juni2013 te Rotterdam, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen
ofworden verwerkt onbruikbaar
heeftgemaakt en/of
rp(en) en/of de mond/tong) van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of
rp(en) en/of de mond/tong) van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of
te weten één computer, toebehorende aan en/of in gebruik bij aangever zaak G1,
Smaadschrift.
Computervredebreuk.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
497 (vierhonderdzevenennegentig) dagen.
360 (driehonderdzestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (ook als dit inhoudt zich onder ambulante behandeling te stellen), dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
EUR 925,33 (negenhonderdvijfentwintig euro en drieëndertig cent) bestaande uit EUR 425,33 (vierhonderdvijfentwintig euro en drieëndertig cent) materiële schade en EUR 500,00 (vijfhonderd euro) immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
EUR 925,33 (negenhonderdvijfentwintig euro en drieëndertig cent) bestaande uit EUR 425,33 (vierhonderdvijfentwintig euro en drieëndertig cent) materiële schade en EUR 500,00 (vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
18 (achttien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
EUR 4.108,00 (vierduizend honderdacht euro) bestaande uit EUR 608,00 (zeshonderdacht euro) materiële schade en EUR 3.500,00 (drieduizend vijfhonderd euro) immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
EUR 4.108,00 (vierduizend honderdacht euro) bestaande uit EUR 608,00 (zeshonderdacht euro) materiële schade en EUR 3.500,00 (drieduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
51 (eenenvijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]
EUR 398,44 (driehonderdachtennegentig euro en vierenveertig cent) bestaande uit EUR 198,44 (honderdachtennegentig euro en vierenveertig cent) materiële schade en EUR 200,00 (tweehonderd euro) immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
EUR 398,44 (driehonderdachtennegentig euro en vierenveertig cent) bestaande uit EUR 198,44 (honderdachtennegentig euro en vierenveertig cent) materiële schade en EUR 200,00 (tweehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
7 (zeven) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.