Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 8 november 2016
[naam],
[naam],
[naam],
Het geding
20 april 2016 plaatsvond, is proces-verbaal opgemaakt. Bij memorie van grieven (met productie) heeft [appellant] drie grieven aangevoerd. [geïntimeerden] hebben deze grieven bij memorie van antwoord (met producties) bestreden. Vervolgens hebben partijen op 24 oktober 2016 hun standpunten doen bepleiten door hun advocaten.
Beoordeling van het hoger beroep
“artikel 13 Ingebrekestelling Pro, verzuim, ontbinding en boete
“(…) Echter ben ik van mening dat de verkopende partij degelijk mailberichten heeft ontvangen van Goedkopehypotheek.nlondergetekend door mij persoon als hypotheekadviseur.”
€ 25.000,-, te vermeerderen met buitengerechtelijke kosten en met veroordeling van [appellant] in de proceskosten.
grief 1betoogt [appellant] dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat [appellant] niet tijdig en op de voorgeschreven wijze een beroep heeft gedaan op de ontbindende voorwaarde in de koopovereenkomst. Met
grief 2betoogt [appellant] dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat [appellant] gehouden is de schade aan [geïntimeerden] te vergoeden, evenals de overeengekomen boetes en dat de hoogte van de gevorderde boetes onvoldoende (gemotiveerd) is bestreden.
Grief 3is gericht tegen de proceskostenveroordeling.
“als ik de hypotheek niet rond kon krijgen de koopovereenkomst zou worden verscheurd”. Voor zover hij daarmee betoogt dat naast de schriftelijke koopovereenkomst en los van de voorwaarden die daarin in dit verband zijn opgenomen, een afspraak zou zijn gemaakt dat [appellant] op elk moment waarop hij zou aangeven geen financiering te kunnen verkrijgen, van zijn verplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst zou zijn ontheven, passeert het hof dat betoog. Het is immers op geen enkele wijze onderbouwd en het strookt ook niet met de eigen stelling van [appellant] dat de overeengekomen termijn waarbinnen een beroep op de ontbindende financieringsvoorwaarde zou moeten worden gedaan, een en andermaal is verlengd. Als zijn aldus begrepen stelling omtrent de afspraak juist zou zijn, zou er voor een dergelijke verlenging geen reden zijn. Voor zover het bewijsaanbod ook op deze stelling betrekking heeft, wordt het dus gepasseerd omdat het niet van een voldoende onderbouwing is voorzien.
aannamevan [appellant] dat partijen definitief afscheid van elkaar hadden genomen. In paragraaf 13 merkt [appellant] in dit verband verder op dat men zich zou kunnen voorstellen dat [geïntimeerde 1] zich “overvallen” heeft gevoeld tijdens het bewuste gesprek en dat hij er na overleg met zijn rechtsbijstandsverzekeraar op had moeten terugkomen. Dit is moeilijk te rijmen met het ook door [appellant] ingenomen standpunt dat partijen tijdens datzelfde gesprek zijn overeengekomen met gesloten beurzen uiteen te gaan. Bij die stand van zaken heeft het beroep van [appellant] op die gestelde afspraak als onvoldoende onderbouwd te gelden. Het bewijsaanbod wordt om die reden gepasseerd. Het hof voegt daaraan toe dat het bewijsaanbod strikt genomen slechts betrekking heeft op het instemmen door [geïntimeerden] met het beroep op de ontbindende financieringsvoorwaarde en niet op het totstandkomen van een nadere overeenkomst, hetgeen evenmin bij die aldus geformuleerde stelling aansluit.
Beslissing
in zoverre opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt [appellant] tot betaling van € 18.810,-;
- bekrachtigt het vonnis voor het overige;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerden] tot op heden begroot op € 711,- aan verschotten en € 4.632,- aan salaris advocaat en op € 131,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 68,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 68,--, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen.
- verklaart dit arrest ten aanzien van de veroordeling tot betaling van € 18.810,- uitvoerbaar bij voorraad.