ECLI:NL:GHDHA:2016:3352
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming woning na burgemeesterssluiting wegens verboden middelen en vuurwerk
De zaak betreft een hoger beroep van Stichting De Leeuw van Putten tegen een vonnis van de kantonrechter Rotterdam waarin de vordering tot ontruiming van een woning werd afgewezen. De huurder woont sinds 1993 in de woning die door de burgemeester voor twee weken werd gesloten vanwege de aanwezigheid van verboden verdovende middelen en illegaal vuurwerk.
De kantonrechter oordeelde dat de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming niet proportioneel waren, mede omdat de bestuursrechtelijke procedure over de burgemeesterssluiting nog niet was afgerond en er geen bewijs was van overlast of kwekerij. Het hof bevestigt dat de civiele rechter de proportionaliteit van de ontbinding moet toetsen en dat een voorlopige ontruiming niet verantwoord is zolang er twijfel bestaat over de uitkomst van de bodemprocedure.
Daarnaast is onvoldoende aannemelijk dat de huurder op de hoogte was van de verboden middelen en vuurwerk, waardoor ontbinding wegens slecht huurdersgedrag niet gerechtvaardigd is. Het arrest bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt De Leeuw van Putten in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot ontruiming af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.