ECLI:NL:GHDHA:2016:3621

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
12 december 2016
Publicatiedatum
6 december 2016
Zaaknummer
200.193.700/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Schikking
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:900 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging civiele procedure door minnelijke schikking tussen appellant en gemeente

In deze civiele zaak stelde appellant hoger beroep in tegen een beschikking van de kantonrechter. De zaak betrof een geschil tussen appellant en de gemeente Den Haag, vertegenwoordigd door De Haeghe Groep.

Tijdens de procedure bereikten partijen op 17 en 18 november 2016 een minnelijke schikking, vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst ex artikel 7:900 BW Pro. Deze overeenkomst bevatte een geheimhoudingsbeding en regelde de beëindiging van het geschil met finale kwijting.

Het gerechtshof Den Haag heeft op 12 december 2016 de vaststellingsovereenkomst in de eindbeslissing opgenomen en vastgesteld dat partijen hun geschil hebben beëindigd middels deze overeenkomst. Tevens is bepaald dat iedere partij zijn eigen proceskosten draagt. Verzoeken in hoger beroep die verder gingen dan de schikking werden afgewezen.

Uitkomst: Partijen bereikten een minnelijke schikking die het geschil beëindigt met finale kwijting en ieder draagt zijn eigen proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.193.700/01
Zaaknummer rechtbank : 4751634 RP VERZ 16-50028

beschikking van 12 december 2016

inzake

[appellant],

wonende te [woonplaats],
appellant,
nader te noemen: [appellant],
advocaat: mr. M. de Boorder te Den Haag,
tegen:

Gemeente Den Haag, onderdeel De Haeghe Groep,

gevestigd te Den Haag,
geïntimeerde,
hierna te noemen: de Haeghe Groep,
advocaat: mr. E. Wies te Den Haag.

Het geding

Bij beroepschrift van 20 juni 2016 heeft [appellant] hoger beroep ingesteld van de tussen partijen gewezen beschikking van de kantonrechter van 21 maart 2016. De Haeghe Groep heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is door de enkelvoudige kamer van het hof ter zitting behandeld op 25 augustus 2016. Bij brief van 30 november 2016 heeft mr. Wies, mede namens mr. De Boorder, het hof bericht dat partijen een minnelijke schikking hebben bereikt, met het verzoek om de vaststellingsovereenkomst in de eindbeslissing op te nemen.

Beoordeling

Het hof overweegt dat partijen een minnelijke schikking hebben bereikt, die zij hebben vastgelegd in een door [appellant] en door De Haeghe Groep op 17 respectievelijk 18 november 2016 ondertekende “Vaststellingsovereenkomst ex artikel 7:900 BW Pro”. Het verzoek om deze vaststellingsovereenkomst in de onderhavige eindbeslissing op te nemen, is in zoverre toewijsbaar dat het hof in het dictum zal verstaan dat partijen hun geschil hebben beëindigd middels bedoelde vaststellingsovereenkomst, met compensatie van de proceskosten. De vaststellingsovereenkomst leent zich niet voor een verdere opneming in het dictum, gelet op de uitgebreide inhoud ervan en het geheimhoudingsbeding.

Beslissing

Het hof:
- verstaat dat partijen ter beëindiging van de onderhavige procedure een minnelijke schikking tegen finale kwijting hebben bereikt, die zij hebben vastgelegd in een door [appellant] en door De Haeghe Groep op 17 respectievelijk 18 november 2016 ondertekende “Vaststellingsovereenkomst ex artikel 7:900 BW Pro”;
- verstaat dat partijen zijn overeengekomen dat de proceskosten van de onderhavige procedure zullen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij zijn/haar eigen kosten draagt;
- wijst af hetgeen in hoger beroep meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.M.T. van der Hoeven-Oud, M.J. van der Ven en R.S. van Coevorden en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 december 2016 in aanwezigheid van de griffier.