ECLI:NL:GHDHA:2016:3625

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
12 juli 2016
Publicatiedatum
6 december 2016
Zaaknummer
22-004695-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 588 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring dagvaarding wegens onjuiste betekening en vernietiging vonnis

In deze strafzaak werd de verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van één maand en werd een schadevergoeding toegewezen. De verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.

Tijdens het hoger beroep bleek dat de dagvaarding in eerste aanleg niet correct was betekend. De verdachte had bij politieverklaring een buitenlands adres opgegeven en verbleef niet meer in Nederland. Desondanks was de dagvaarding alleen naar het historische Nederlandse adres gestuurd, waardoor de betekening niet voldeed aan artikel 588 Sv Pro.

Het hof oordeelde dat hierdoor de dagvaarding nietig was en dat het vonnis van de kinderrechter vernietigd moest worden. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht, voor een nieuwe behandeling.

Het arrest werd gewezen door mr. H.C. Plugge, mr. G. Knobbout en mr. G.J.W. van Oven, waarbij laatstgenoemde niet medeondertekende vanwege afwezigheid.

Uitkomst: De dagvaarding in eerste aanleg is nietig verklaard en het vonnis vernietigd, waarna de zaak is terugverwezen naar de rechtbank.

Uitspraak

Rolnummer: 22-004695-15
Parketnummer: 11-720555-11
Datum uitspraak: 12 juli 2016
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Dordrecht van 10 september 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1994,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 28 juni 2016. Het onderzoek heeft plaatsgevonden met gesloten deuren.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van één maand met. Voorts is de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot € 6.038,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van éen maand met een proeftijd van twee jaren.
Geldigheid van de inleidende dagvaarding
Ter terechtzitting in hoger beroep van 28 juni 2016 is gebleken dat de betekening van de dagvaarding van de verdachte om op de terechtzitting van 10 september 2012 in eerste aanleg te verschijnen, niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig de voorschriften van artikel 588 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Immers heeft de verdachte bij zijn verhoor bij de politie op 4 december 2011 een woonadres opgegeven in Spanje, [x] en verklaard dat hij in Spanje bij zijn vader en moeder woont. Bovendien heeft de vader van de verdachte, blijkens het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 13 januari 2012, aangegeven dat de verdachte toen niet meer in Nederland verbleef en bij zijn ouders in het buitenland was. In eerste aanleg is evenwel uitsluitend een dagvaarding verstuurd naar het meest recente historische gba-adres [x]. De verdachte was volgens de ID-staat SKDB, d.d. 3 september 2012, zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande. Aangezien het voornoemde - door de verdachte opgegeven - adres in Spanje bekend was, had de dagvaarding daar naartoe moeten worden verzonden.
Daarom dient de inleidende dagvaarding, nu de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg niet is verschenen en ter terechtzitting in hoger beroep door diens gemachtigde raadsman bezwaar is gemaakt tegen afdoening van de zaak in hoger beroep, nietig te worden verklaard.
Dit brengt mee dat het vonnis waarvan beroep moet worden vernietigd.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart de dagvaarding in eerste aanleg nietig.

Wijst de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht.

Dit arrest is gewezen door mr. H.C. Plugge,
mr. G. Knobbout en mr. G.J.W. van Oven, in bijzijn van de griffier mr. S. Imami.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 12 juli 2016.
Mr. G.J.W. van Oven is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.