Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[appellant],
2. [appellante],
3. Wishful Business B.V.,
4. [Beheer] en Management Beheer B.V.,
5. Fashion Gate Group B.V.,
6. Dreamer B.V.
1.Tommy Hilfiger Licensing LLC.,
2. Tommy Hilfiger Europe B.V.,
3. Tommy Hilfiger Licensing B.V.,
- [appellant] en WB bevolen om met onmiddellijke ingang elke inbreuk op de Gemeenschapsmerken van TH te staken,
- [appellant], WB en [appellante] bevolen om met onmiddellijke ingang elk onrechtmatig handelen jegens TH te staken,
- alledrie op straffe van een dwangsom van € 5.000 met een maximum van € 50.000,
- [appellant] en [appellante] hoofdelijk veroordeeld tot betaling van schadevergoeding nader op te maken bij staat, en/of winstafdracht (uit hoofde van onrechtmatige daad, art. 6:162 BW Pro),
- [appellant] en WB ieder veroordeeld tot betaling van schadevergoeding nader op te maken bij staat, en/of winstafdracht (op grond van art. 14 en Pro 101 GMVo jo. art. 2.22 BVIE en art. 22 lid 4 GMVo Pro jo. art. 2.32 BVIE),
- [appellant], WB en [appellante] hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten, die zijn begroot op € 33.128,84.
principaalhoger beroep heeft [appellanten 1 t/m 3] gevorderd de vonnissen van de rechtbank te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van TH af te wijzen met veroordeling van TH in de proceskosten in beide instanties en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente. In
incidenteel appel heeft TH gevorderd, na vermeerdering van eis, het eindvonnis te vernietigen voor zover het betreft de afwijzing van de vordering een verbod op te leggen om nog langer inbreuk te maken op de merkrechten van TH en, opnieuw rechtdoende, de vordering ten aanzien van [appellanten 1 t/m 3] alsnog geheel toe te wijzen, alsmede te verklaren voor recht dat [appellanten 1 t/m 3] onrechtmatig hebben gehandeld door niet aan het vonnis in eerste aanleg te voldoen en een gebod op te leggen de daardoor veroorzaakte schade aan TH te voldoen, alsmede de gemaximeerde dwangsom per geïntimeerde te verhogen naar
de auditu-verklaring nu Buitenhuis hierover uit eigen wetenschap heeft verklaard. Facturen aan Outlet 4 You komen voor in de administratie van WB. [appellanten 1 t/m 3] heeft erkend dat WB het pand huurde. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, kan niet worden vastgesteld dat de oude verhuurder nog over sleutels van het pand zou beschikken en daar spullen zou hebben opgeslagen. De stelling dat een voor [appellanten 1 t/m 3] onbekende persoon toegang zou hebben tot de door WB gehuurde bedrijfsruimte wordt dan ook gepasseerd. Ook aan de stelling van [appellanten 1 t/m 3] dat de kleding zou toebehoren aan de oude verhuurder (Kristal Beheer) gaat het hof als onvoldoende onderbouwd voorbij. Bij deze stand van zaken komt het hof aan het bewijsaanbod niet toe. Tot slot is WB de huurder van de bedrijfsruimte en niet Dreamer zodat de betrokkenheid van WB daarmee vast staat. De grieven falen derhalve.
dinsdag 21 maart 2017om
9.30 uur,