Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- op 6 juli 2015 een brief van diezelfde datum met bijlage;
- op 21 juli 2015 een brief van 20 juli 2015 met als bijlage een V-formulier van 17 juli 2015 met bijlagen;
Gerechtshof Den Haag
Verzoeker is door de rechtbank Rotterdam ontslagen als curator over betrokkene vanwege het niet tijdig indienen van de rekening en verantwoording, veroorzaakt door een langdurige burn-out van anderhalf jaar. Hij kwam in hoger beroep tegen deze beschikking en verzocht het hof om vernietiging, stellende dat hij inmiddels hersteld is en zijn taak weer kan hervatten.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf verzoeker aan dat hij 100% beter is gemeld en voornemens is om in deeltijd te gaan werken. Hij erkende dat hij de rekening en verantwoording nog niet had afgerond, maar verwacht dit op redelijke termijn te kunnen doen, eventueel met hulp van een administratiekantoor.
Het hof oordeelde echter dat er onvoldoende waarborgen zijn dat verzoeker zijn taak als curator naar behoren kan uitvoeren. Gezien de langdurige ziekteperiode, de zware belasting die het curatorschap voor verzoeker vormde en het feit dat hij pas recent weer aan het werk gaat, acht het hof het risico te groot dat hij de achterstallige werkzaamheden niet kan voltooien. Ook wees het hof het verzoek tot een tijdelijke maatregel af, omdat geen onderzoek naar het ontslag in de zin van artikel 1:448 lid 2 BW Pro aan de orde was.
Daarom bekrachtigde het hof de bestreden beschikking en wees het hoger beroep af, waarmee het ontslag van verzoeker als curator definitief werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het ontslag als curator wordt afgewezen en het ontslag wordt bekrachtigd.