ECLI:NL:GHDHA:2016:3756
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vernietiging en ontbinding ouderschapsplan wegens dwaling en onvoorziene omstandigheden
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam dat haar vordering tot vernietiging van het ouderschapsplan op grond van dwaling had afgewezen. Het ouderschapsplan was aangehecht aan de echtscheidingsbeschikking van 29 oktober 2012. De vrouw vorderde primair vernietiging en subsidiair ontbinding van het ouderschapsplan met terugwerkende kracht, omdat de man zich niet aan de afspraken hield en er sprake was van misdragingen en geweld.
Het hof oordeelde dat het ouderschapsplan een familierechtelijke overeenkomst is en geen vermogensrechtelijke overeenkomst waarop de vernietigingsgronden van dwaling en onvoorziene omstandigheden uit het BW van toepassing zijn. De wettelijke procedure voor wijziging van gezagsregelingen, zoals gevolgd door de vrouw, is de juiste weg. De vrouw kon haar belang bij vernietiging niet voldoende onderbouwen, met name wat betreft de problemen in Marokko.
Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis, wees het hoger beroep af, en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. De vordering tot vernietiging en ontbinding van het ouderschapsplan werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat de vernietiging en ontbinding van het ouderschapsplan weigert.