ECLI:NL:GHDHA:2016:4016
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en verkoop echtelijke woning zonder exhibitieplicht
In deze zaak staat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap centraal, met name de verkoopopbrengst van een appartement in het buitenland en de verkoop van de voormalige echtelijke woning. De man verzoekt vernietiging van de beschikking waarin hij tot betaling aan de vrouw is veroordeeld en vraagt om aanvullende voorwaarden voor de verkoop van de woning.
Het hof stelt vast dat het appartement reeds vóór de peildatum was verkocht en dat de verkoopopbrengst reeds verdeeld is, waardoor de man niet langer aan de vrouw hoeft te betalen. De vrouw heeft onvoldoende bewijs geleverd voor het bestaan van andere gemeenschappelijke goederen of benadeling van de gemeenschap. Het hof wijst haar verzoek tot exhibitie van documenten af omdat zij niet concreet heeft aangegeven welke stukken nodig zijn.
Ten aanzien van de verkoop van de echtelijke woning oordeelt het hof dat geen aanvullende voorwaarden of dwangsommen nodig zijn, omdat er geen aanwijzingen zijn dat de vrouw de verkoop traineert. Partijen dienen onderling praktische afspraken te maken, en bij gebrek daaraan kan nakoming in kort geding worden gevorderd.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor zover de man tot betaling is veroordeeld, wijst het verzoek van de vrouw af en bekrachtigt de rest van de beschikking. Het hoger beroep van de man wordt voor het overige afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de betaling aan de vrouw voor het appartement en wijst haar verzoek tot verdeling af, bekrachtigt verder de beschikking en wijst aanvullende verzoeken af.