ECLI:NL:GHDHA:2016:4123
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Vermindering partneralimentatie wegens wijziging omstandigheden en uitleg echtscheidingsconvenant
In deze zaak staat de vraag centraal of de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie kan worden verminderd of beëindigd vanwege een wijziging van omstandigheden, met name de beëindiging van de dienstbetrekking van de man en de toegenomen inkomsten van de vrouw.
De man verzocht om nihilstelling of vermindering van de alimentatie per 1 april 2015, terwijl de vrouw dit afwees en tevens incidenteel appel instelde voor het buiten werking stellen van de terugbetalingsregeling in het echtscheidingsconvenant. Het hof oordeelde dat een nieuwe grief van de man over een substantiële inkomenswijziging van de vrouw te laat was ingebracht en wees deze af.
Het hof bevestigde dat de eigeninkomstenregeling in het convenant voorziet in vermindering van alimentatie bij hogere inkomsten van de vrouw, waardoor een hernieuwde beoordeling van haar behoefte niet aan de orde is. De draagkracht van de man werd berekend, rekening houdend met zijn pensioeninkomen, woonlasten die hij deelt met zijn echtgenote, en schuldenlast. Ondanks een draagkracht voor een beperkte alimentatie achtte het hof het niet redelijk dat de vrouw financieel beter af zou zijn dan de man en stelde de alimentatie daarom op nihil per 1 april 2015.
De terugbetalingsregeling uit het convenant vindt vanaf die datum geen toepassing meer. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt per 1 april 2015 op nihil gesteld vanwege gewijzigde inkomens- en draagkrachtsituatie.