Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
- op 28 april 2016 een V-formulier van 26 april 2016 met bijlage;
- op 23 mei 2016 een V-formulier van diezelfde datum met bijlage.
- uitvoerbaar bij voorraad bepaald dat de vrouw met ingang van 14 augustus 2015 voor de verzorging en opvoeding van de hierna te noemen minderjarige aan de man zal betalen een bedrag van € 95,-per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- uitvoerbaar bij voorraad bepaald dat de man met ingang van 14 augustus 2015 tegen kwijting aan de vrouw tot haar levensonderhoud zal uitkeren een bedrag van € 950,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap vastgesteld en deze vaststelling uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- bepaald dat de polis bij [verzekeringsmaatschappij] met nummer [nummer] en de polis bij [verzekeringsmaatschappij] zullen worden gesplitst in gelijke delen.
- de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , hierna: de minderjarige;
- de uitkering tot levensonderhoud van de vrouw, hierna ook: partneralimentatie;
- de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap.
het hof begrijpt: voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en opnieuw rechtdoende:
- te bepalen dat de vrouw aan de man maandelijks bij vooruitbetaling dient te voldoen een bedrag van € 221,- als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige;
- de verzoeken van de vrouw met betrekking tot een bijdrage van de man in de kosten van haar onderhoud af te wijzen en te bepalen dat deze op nihil worden gesteld;
- de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap als volgt vast te stellen:
in het beroeptegen de bestreden beschikking af te wijzen, en,
incidenteel beroepde bestreden beschikking te vernietigen,
het hof begrijpt: voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en opnieuw rechtdoende:
Kinderalimentatie
€ 609,- per maand.
€ 86,- per maand.
Partneralimentatie
€ 20.217,-bruto per jaar/€ 1.640,- netto per maand, zoals de rechtbank heeft bepaald. Volgens de man is de vrouw in staat volledig in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Hij voert daartoe het volgende aan:
Verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap
[€ 60.154,- + € 38.715,-) - € 27.873] = € 70.996,-. Hierop komt nog in mindering de belastinglatentie per die datum die overeenkomstig Hoge Raad 28 november 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3462) door partijen nog dient te worden berekend, waarbij - zoals de vrouw terecht stelt - de verkrijgingsprijs van de aandelen buiten de berekening van de heffing dient te blijven. De helft van de alsdan resterende waarde komt toe aan de vrouw.
€ 19.357,50 moet worden gedragen. Hierbij geldt dat de verhaalsmogelijkheid van [naam] op de vrouw wordt beperkt tot hetgeen zij uit hoofde van de verdeling van de gemeenschap verkrijgt, nu het een gemeenschapsschuld betreft die door de man bij een schuldeiser is aangegaan.
€ 113.162,-, welke bedrag hij aan de gemeenschap moet vergoeden.
Proceskosten
Wijziging verzoek
- voor zover daarin de uitkering tot levensonderhoud van de vrouw is bepaald op € 950,- per maand;
- voor zover daarin de aandelen van de besloten vennootschap [naam] zijn toegedeeld aan de man onder verrekening van de helft van de waarde daarvan aan de vrouw ten bedrage van € 30.561,50;
- voor zover daarin de bankrekeningen bij [bank] met nummer [nummer] , nummer [nummer] en met nummer [nummer] zijn toegedeeld aan de man onder verrekening van de helft van de daarop aanwezige saldi per de peildatum van [peildatum] met de vrouw en voor zover daarbij is bepaald dat de man aan de vrouw een bedrag van € 51.581,- ter zake van benadeling van de huwelijksgoederengemeenschap moet vergoeden en,
€ 9.000,- aan de vrouw te betalen;