ECLI:NL:GHDHA:2016:4390
Gerechtshof Den Haag
- Raadkamer
- R.C.A. Duindam
- B. van Walderveen
- H.C. Grootveld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding kosten rechtsbijstand in ontnemingszaak na veroordeling valsheid in geschrift
Verzoeker is bij arrest veroordeeld voor valsheid in geschrift tot een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Vervolgens werd de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen door de rechtbank. Verzoeker vroeg vergoeding van kosten rechtsbijstand in de ontnemingszaak en kosten afwikkeling beslag op grond van artikel 591a Sv.
De rechtbank wees dit verzoek af omdat de strafzaak niet zonder oplegging van straf of maatregel was geëindigd, een vereiste voor vergoeding op grond van artikel 591a Sv. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en overwoog dat de ontnemingszaak onderdeel is van de strafzaak en dat het feit dat verzoeker zich succesvol verweerde tegen de ontnemingsvordering niet leidt tot een aparte zaak in de zin van artikel 591a Sv.
Daarom is verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand in de ontnemingszaak en de afwikkeling van het beslag. Ook het verzoek tot vergoeding van kosten in de procedure zelf wordt afgewezen. Het hof verklaart het verzoek niet-ontvankelijk en vernietigt de eerdere beschikking.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand in ontnemingszaak wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.