ECLI:NL:GHDHA:2016:4391
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
De verdachte is niet verschenen op de terechtzitting van het gerechtshof in hoger beroep. De dagvaarding is rechtsgeldig betekend aan een persoon die de brief in ontvangst nam op het adres dat als daklozenopvang fungeert, waar de verdachte volgens de BRP stond ingeschreven. Het hof corrigeerde een kennelijke schrijffout in het adres en verleende verstek tegen de verdachte.
De verdachte heeft geen schriftuur met grieven tegen het vonnis van de politierechter ingediend en heeft ook ter terechtzitting geen mondelinge bezwaren geuit. De advocaat-generaal vorderde daarom op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep.
Het hof zag geen reden tot inhoudelijke behandeling en verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De uitspraak werd terstond na sluiting van het onderzoek gedaan.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en niet verschijnen.