ECLI:NL:GHDHA:2016:4423

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
29 november 2016
Publicatiedatum
5 april 2023
Zaaknummer
200.194.275/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 347 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnissen rechtbank in geldleningsovereenkomst Second Opinion-procedure

In deze civiele zaak heeft het gerechtshof Den Haag op 29 november 2016 uitspraak gedaan in hoger beroep over een geschil betreffende de nakoming van een geldleningsovereenkomst. Partijen hebben ingestemd met de toepassing van de Second Opinion-procedure (SO-procedure), waarbij zij elk een SO-formulier hebben ingevuld en ondertekend, waardoor het hof de zaak beoordeelt op basis van de stand van zaken bij het laatste vonnis van de rechtbank.

De enige grief van appellante was dat de rechtbank niet had beslist zoals zij in eerste aanleg had gevorderd. Het hof heeft echter de overwegingen en het oordeel van de rechtbank overgenomen en deze tot de zijne gemaakt. Hierdoor zijn de vonnissen van de rechtbank van 24 juni 2015, 11 november 2015 en 15 juni 2016 bekrachtigd.

Appellante is veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, welke zijn begroot op het griffierecht en het toepasselijke liquidatietarief, totaal €4.263. De uitspraak is gedaan in een openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: De vonnissen van de rechtbank worden bekrachtigd en appellante wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.194.275/01
Zaak/Rolnummer rechtbank : C/09/487523/ HA ZA 15-516

arrest van 29 november 2016

inzake

[appellante],

wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: [appellante],
appellante,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens te Den Haag,
tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
advocaat: mr. J-F. Grégoire te Den Haag.

Het geding

Verwezen wordt naar het in deze zaak gewezen tussenarrest van 2 augustus 2016 waarbij een comparitie van partijen na aanbrengen is bevolen. Na de comparitie, die op 21 oktober 2016 heeft plaatsgevonden, hebben beide partijen ter rolle van 1 november 2016 toelating tot de Second Opinion-procedure (SO-procedure) verzocht en hebben de advocaten van partijen ieder een SO-formulier als bedoeld in het Second Opinion reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.

Beoordeling van het hoger beroep volgens de SO-procedure

Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht een conclusie van eis en een conclusie van antwoord als bedoeld in artikel 347, lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De enige grief luidt dat de rechtbank Den Haag in de bestreden vonnissen niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen [appellante] in eerste aanleg had geconcludeerd.
Partijen hebben ermee ingestemd dat het hof de zaak beoordeelt in de stand waarin deze zich bevond op het tijdstip waarop voor het laatst vonnis van de rechtbank werd gevraagd (artikel 3.6 SOR en de "Verklaring" in de SO-formulieren) en dus aan de hand van de stukken in eerste aanleg en de daarin betrokken stellingen, van welke stukken en stellingen het hof heeft kennisgenomen.
Het hof neemt de overwegingen en het oordeel van de rechtbank over en maakt die tot de Zijne.
De vonnissen zullen derhalve worden bekrachtigd. [appellante] zal als de in het ongelijk gestelde partij in hoger beroep worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, welke zullen worden begroot op het griffierecht (€ 1.631,--) en één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief (€ 2.632,--).

Beslissing

Het gerechtshof:
  • bekrachtigt de door de rechtbank Den Haag tussen partijen gewezen vonnissen van 24 juni 2015, 11 november 2015 en 15 juni 2016;
  • veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op € 4.263,--.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.D. Kiers-Becking, M.Y Bonneur en S.J. Schaafsma; het is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 november 2016 in aanwezigheid van de griffier.