Uitspraak
arrest van 1 november 2016
[appellant],
Beoordeling van het hoger beroep volgens de SO-procedure
behoudens de hierna te vermelden mogelijkheid van een afwijkende regeling-, is die aanspraak wel te rekenen tot het maandelijkse loon of de maandtermijn van een uitkering (...).
ongeacht of in die maanden het beslag al lag.
"is in onwetendheid te veel aan de beslaglegger betaald, dan moet hij dat onverwijld teruggeven of verrekenen").Bij de beoordeling van de vraag of schade is geleden en voor vergoeding in aanmerking komt moet rekening worden gehouden met het systeem van die beslagvrije voet, dat als doel heeft het bestaansminimum te waarborgen; dit lijkt niet (goed) verenigbaar met het slagen van het verweer dat er na betaling op grond van een ongeldig beslag geen verplichting bestaat tot terugbetaling omdat de schuldenaar geen schade heeft geleden omdat het te veel betaalde in mindering is gekomen op de schuld waarvoor het (ongeldige) beslag is gelegd en zijn vermogenspositie dus niet is veranderd. Mede in aanmerking nemende dat [appellant] onbetwist heeft gesteld dat hij (naar het hof begrijpt, ook nog extra) schade heeft geleden doordat hij door de onterechte inhoudingen in betalingsmoeilijkheden is komen te verkeren, acht het hof het passend de door [appellant] ten gevolge van voormeld onrechtmatig handelen van [geïntimeerde] geleden schade in overeenstemming met artikel 6.97 BW, gelet op de aard van de schade (het missen van gelden die onder de beslagvrije voet vielen) te begroten op het bedrag van het over 2015 ten onrechte ingehouden bedrag van € 573,09. Dit brengt mee dat het in rechtsoverweging 5, onder b, vermelde verweer niet slaagt. Daaraan kan, gelet op het bovenstaande, niet afdoen dat [appellant] tijdens de comparitie van partijen in eerste aanleg heeft verklaard: "
(. . .) dat vermogensrechtelijk voor mij niets is verschoven. In die zin heb ik geen schade geleden."