ECLI:NL:GHDHA:2016:4426

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
9 augustus 2016
Publicatiedatum
11 april 2023
Zaaknummer
200.191.712/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 347 lid 1 RvArt. 3.2 SORArt. 3.3 SORArt. 3.4 SORArt. 4.2 SOR
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnissen kantonrechter inzake onjuiste opzegging overeenkomst tot opdracht

In deze civiele procedure staat de onjuiste opzegging van een overeenkomst tot opdracht centraal. Appellant, wonende te een woonplaats, stelde zich op het standpunt dat de kantonrechter niet overeenkomstig de vorderingen had beslist. Het geschil werd behandeld volgens de Second Opinion-procedure, waarbij partijen instemden met het Second Opinion Reglement (SOR).

Het hof heeft kennisgenomen van de stukken uit eerste aanleg en neemt de overwegingen van de kantonrechter over, waardoor de bestreden vonnissen van 19 november 2015 en 19 februari 2016 worden bekrachtigd. Het hof ziet geen aanleiding tot nadere motivering vanwege de toepassing van artikel 4.2 SOR.

Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, die beperkt zijn tot het door Interconcept betaalde griffierecht van € 718,-. Het arrest is uitgesproken op 9 augustus 2016 tijdens een openbare terechtzitting in Den Haag.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen van de kantonrechter en veroordeelt appellant in de beperkte kosten van het hoger beroep.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.191.712/01
Zaaknummer rechtbank : 4513358 CV EXPL 15-44683

arrest van 9 augustus 2016

inzake

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. T.T. Stellingwerff-Kok te Groningen,
tegen

Interconcept B.V.,

gevestigd te Bergschenhoek, gemeente Lansingerland,
geïntimeerde,
hierna te noemen: Interconcept,
advocaat: mr. E.J. Lichtenveldt te Rotterdam.

Het verdere verloop van het geding

Verwezen wordt naar het tussenarrest van 14 juni 2016 waarbij een comparitie na aanbrengen is gelast. Voorafgaand aan die comparitie is namens beide partijen toelating tot de Second Opinion-procedure verzocht. Daartoe hebben de behandelend advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, van de comparitie van partijen is afgezien en arrest is bepaald.

Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure

Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv Pro te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). Gelet hierop luidt de enige grief dat de rechtbank Rotterdam (team kanton, hierna ook: de kantonrechter) in de vonnissen van 19 november 2015 en 19 februari 2016 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen partijen in eerste aanleg hadden gevorderd.
Het hof - dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg - neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zullen de bestreden vonnissen worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
3. [appellant] zal als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Deze zijn ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt tot het door Interconcept betaalde griffierecht van € 718,-.

Beslissing

Het hof:
  • bekrachtigt de tussen partijen gewezen vonnissen van de kantonrechter van 19 november 2015 en 19 februari 2016
  • veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Interconcept tot op heden begroot op € 718,-.
Dit arrest is gewezen door mrs. F. Damsteegt-Molier, M.M. Olthof en M. Flipse en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 augustus 2016 in aanwezigheid van de griffier.