ECLI:NL:GHDHA:2016:4428

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
19 april 2016
Publicatiedatum
11 juli 2023
Zaaknummer
200.183.348/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 347 lid 1 RvArt. 3.2 SORArt. 3.3 SORArt. 3.4 SORArt. 2.7 SOR
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnis rechtbank over eigendom en onderhoud rioolstelsel bij appartementseigenaren

In deze civiele zaak stond de eigendom en onderhoudsplicht van een rioolstelsel centraal, gelegen op grond die gemeenschappelijk toebehoort aan meerdere appartementseigenaren. De appellant, de vereniging Hof van Heden, was het niet eens met het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 september 2015 en ging in hoger beroep.

Partijen stemden in met de Second Opinion-procedure (SO-procedure), waarbij het hof de zaak beoordeelde op basis van de stukken en stellingen uit de eerste aanleg zonder nadere motivering. Het hof nam de overwegingen van de rechtbank integraal over en bekrachtigde het bestreden vonnis.

De appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, beperkt tot het door de Gemeente Rotterdam en Vestia betaalde griffiegeld. Het arrest werd uitgesproken op 19 april 2016 door het Gerechtshof Den Haag, waarbij de rechters het vonnis bevestigden en daarmee de eigendom en onderhoudsverplichtingen zoals vastgesteld door de rechtbank handhaafden.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel Recht
Zaaknummer: 200.183.348/01
Zaak-/rolnummer rechtbank: C/10/453635/HA ZA 14-654

arrest van 19 april 2016

In de zaak van

de vereniging HOF VAN HEDEN HOOGVLIET,

gevestigd te Rotterdam,
appellante,
hierna te noemen: Hof van Heden,
advocaat: mr. R.A.D. Blaauw te Rotterdam,
tegen
1. publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE ROTTERDAM,
zetelend te Rotterdam,
hierna te noemen: de Gemeente
advocaat: mr. M. Rus-van der Velde te Den Haag,
2. de stichting
STICHTING VESTIA,
zetelend te Rotterdam,
hierna te noemen: Vestia,
advocaat: mr. J.J. Linker te Rotterdam.
geïntimeerden,

Het verdere verloop van het geding

Bij exploten van 30 december 2015 is Hof van Heden is hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 september 2015.
Vervolgens is namens alle partijen toelating tot de Second Opinion-procedure (SO­ procedure) verzocht. Daartoe hebben de advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.

Beoordeling van het hoger beroep volgens de SO-procedure

1. Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv Pro te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR).
2. Partijen hebben ermee ingestemd dat het hof de zaak beoordeelt in de stand waarin deze zich bevond op het tijdstip waarop het laatste vonnis van de eerste rechter werd gevraagd (artikel 2.7 SOR en de 'Verklaring' in de SO-formulieren). De zaak in hoger beroep wordt dus beoordeeld aan de hand van uitsluitend de stukken in de eerste aanleg en de daarin betrokken stellingen. Van die stukken heeft het hof kennis genomen.
3. Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank over en maakt het deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
4. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal Hof van Heden worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door de Gemeente en Vestia betaalde griffiegeld van (voor ieder) € 711,-.

Beslissing

Het gerechtshof:
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 september 2015;
- veroordeelt Hof van Heden in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van de Gemeente begroot op € 711,- voor griffiegeld en aan de zijde van Vestia begroot op € 711,- voor griffiegeld.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.Y. Bonneur, M.E. Honée en J.J. van der Helm; het is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2016 in aanwezigheid van de griffier.