Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 29 maart 2016
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie),
Het verloop van het geding
De beoordeling van het hoger beroep
The jury, by its determination, has found that (…) the tapes were stolen. (…). The tapes were removed at some stage between 1969 en 1973, but there is no determination as to who did that. Except that the jury found that they were indeed stolen; they belonged to Apple’.
Ich (…) Steuerberater in den Jahren 1991 bis 1998 und damals im Besitz einer Vollmacht für (…) SILVERLUX MUSIC s.à.r.l, (…) erkläre hiermit dass die ganze Buchführung sowie das Inventar und der Warenbestand, sowie das Bankguthaben nach Luxemburger recht abgeslossen wurde (teilweise durch den Konkursverwalter Rechtanwalt Dominique Farys) am 31. März 1999 und abgeslossen Ende 2005.
Boon/RG Lease’, NJ 2001, 405) – beheerst door het recht van het land waar de zaak zich op het tijdstip van de op overdracht gerichte handeling bevindt, dat is in dit geval het Duitse recht. Naar Duits recht is ingevolge § 929 BGB voor overdracht van roerende zaken vereist ‘Übergabe der Sache’ (de leveringsformaliteit) en – in ieder geval, zie de laatste zinsnede van § 929 BGB – ‘Einiging über den Übergang des Eigentums’ (een goederenrechtelijke overeenkomst). Over geen van beide eisen is door [appellanten] iets gesteld, zodat niet kan worden aangenomen dat daaraan is voldaan. De door [appellanten] ingenomen stellingen kunnen dus niet de conclusie dragen dat de banden aan hen zijn overgedragen, zelfs niet wanneer deze onderwerp zouden kunnen zijn geweest van verrekening al dan niet in rekening-courant. Argument (b) van de Staat slaagt dus.
lex rei sitae) ten tijde van het relevante rechtsfeit van toepassing is op goederenrechtelijke kwesties (vgl. Asser/Kramer & Verhagen 10-III 2015/409 en 457) – ook in het Engelse internationaal privaatrecht geldt. De Engelse rechter zal daarom het beroep van [appellanten] op derdenbescherming bij de verkrijging in 1993 naar hetzelfde rechtstelsel beoordelen als de Nederlandse rechter zou doen. Weliswaar werd door de teruggave aan de in Engeland gevestigde vennootschap Apple Films, deze de verweerder in een mogelijk revindicatiegeschil, en werd daardoor de Engelse rechter bevoegd, maar daaraan kan – anders dan [appellanten] betogen (zie rov. 2 bij ii) – derhalve niet de gevolgtrekking worden verbonden dat hen daardoor de mogelijkheid is ontnomen om een beroep te doen op derdenbescherming.
belonged to Apple’ (zie rov. 1.e). [appellanten] hebben in de Nederlandse beklagprocedure geen beroep gedaan op artikel 3:105 BW Pro of het Engelse equivalent daarvan. Hun argument dat de Staat zich rekenschap had dienen te geven van deze verjaringsregel(s) (punt 4 op blz. 22 MvG jo. punt 8 op blz. 20 MvG) loopt reeds hierop stuk. Bovendien zou, gezien artikel 3:314 lid 2 BW Pro, voor toepassing van artikel 3:105 BW Pro op basis van de feitelijke situatie in 1997-2003, zijn vereist dat degenen die vanaf de jaren 70 van de vorige eeuw het bezit van de Nagra-tapes hebben gehad (volgens [appellanten] in ieder geval: [O] en Silverlux S.a.r.l.) allen niet-rechthebbenden waren, en dit is door [appellanten] (ook nu) niet gesteld.