ECLI:NL:GHDHA:2016:8
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- L.F.A. Husson
- P.B. Kamminga
- A.W.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag wegens detentie en huiselijk geweld na overlijden moeder
In deze zaak staat de beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader over zijn minderjarige zoon centraal. De vader is verdachte in een strafrechtelijk onderzoek naar het overlijden van de moeder als gevolg van huiselijk geweld en is gedetineerd. De rechtbank Rotterdam had het gezag reeds beëindigd en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemd.
De vader kwam in hoger beroep en verzocht om vernietiging van die beschikking, met het verzoek het gezag te handhaven of subsidiair de broer van de vader als voogd aan te wijzen. Hij betwistte dat de minderjarige aan huiselijk geweld was blootgesteld en benadrukte zijn betrokkenheid bij de verzorging en opvoeding. De raad voor de kinderbescherming stelde dat de vader door zijn detentie feitelijk geen gezag kan uitoefenen en dat het belang van de minderjarige vraagt om een neutrale voogd.
Het hof nam de gronden van de rechtbank over, waarbij het onder meer oordeelde dat de vader door zijn detentie en de situatie rondom het overlijden van de moeder niet in staat is het gezag uit te oefenen. De spanningen tussen de families zijn hoog, en er is geen draagvlak voor voogdij bij de broer van de vader. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking tot beëindiging van het gezag en bevestigde de benoeming van de gecertificeerde instelling als voogd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag en wijst het verzoek van de vader af.