ECLI:NL:GHDHA:2016:806
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.N. Labohm
- A.H.N. Stollenwerck
- L.C.A. Verstappen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie en partneralimentatie na echtscheiding met toepassing AWIR en Hoge Raad uitspraken
In deze zaak stond de vaststelling van kinderalimentatie en partneralimentatie centraal na echtscheiding. De man was in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Den Haag, waarin de hoogte van de alimentatie en de duur ervan waren vastgesteld. Het hof bevestigde de ingangsdatum van de alimentatieverplichtingen op 29 mei 2015, de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
Het hof stelde het netto besteedbaar gezinsinkomen vast op €6.000 per maand en bevestigde de behoefte van de minderjarige kinderen op €1.435 per maand. Het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop werden niet als vermindering van de behoefte van de kinderen gezien, maar als inkomensondersteuning bij de draagkracht van de ontvangende ouder, conform een prejudiciële beslissing van de Hoge Raad. De draagkracht van de man werd vastgesteld op €1.536 per maand, met een zorgkorting van 30% toegepast.
Voor de partneralimentatie stelde het hof de behoefte van de vrouw vast op €2.300 netto per maand, waarbij het hof de hogere vordering van de vrouw van €6.778 per maand afwees wegens onvoldoende onderbouwing. Het kindgebonden budget werd niet meegerekend bij de behoefte van de vrouw, omdat de onderhoudsverplichting van de man prevaleert boven inkomensondersteuning van de staat. De draagkracht van de man werd berekend op basis van een bruto jaarsalaris van €97.126, waarbij rekening werd gehouden met lasten zoals huur, hypotheekrente en advocaatkosten.
Het hof bepaalde de partneralimentatie op variërende bedragen met een afbouw vanaf 16 juni 2016 en wees het verzoek van de man af om terugbetaling van teveel betaalde alimentatie. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof stelde de kinderalimentatie vast op €449 per maand per kind en partneralimentatie op variërende bedragen, waarbij het kindgebonden budget niet wordt meegerekend bij het inkomen van de vrouw.