ECLI:NL:GHDHA:2016:85
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afnameverplichting perceel grond en waardering deskundigenrapport bij misgelopen samenwerking
In deze civiele zaak stond centraal de afnameverplichting van een perceel grond na het mislopen van een samenwerking tussen partijen. Het hof verwees naar eerdere tussenarresten waarin was bepaald dat de waarde van het perceel door twee deskundigen gezamenlijk moest worden vastgesteld, waarbij hun oordeel bindend is indien zij overeenstemming bereiken.
De deskundigen bepaalden de waarde van het perceel op €205.000, wat geïntimeerde accepteerde, maar appellant betwistte. Appellant voerde aan dat de gehanteerde waarderingsmethode onjuist was en dat het rapport onaanvaardbaar was vanwege onder meer de gehanteerde verkoopwinst en kostenallocatie. Het hof oordeelde echter dat de deskundigen hun rapport deugdelijk hadden gemotiveerd en dat de kritiek van appellant onvoldoende was onderbouwd.
Het hof bevestigde dat het deskundigenrapport als bindend advies geldt, aangezien beide deskundigen tot een eensluidend oordeel waren gekomen. Ook bij vrije bewijswaardering zou het hof het rapport volgen. Daarnaast werd vastgesteld dat de wettelijke rente over het bedrag vanaf 1 augustus 2010 verschuldigd is, omdat geïntimeerde in verzuim was geraakt na sommatie tot afname.
De reconventionele vorderingen van appellant werden afgewezen en geïntimeerde werd veroordeeld tot afname van het perceel tegen betaling van €205.000 met rente, alsmede tot vergoeding van de proceskosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Geïntimeerde is veroordeeld tot afname van het perceel tegen betaling van €205.000 met wettelijke rente vanaf 1 augustus 2010.